De filtering van
een (koi-) vijver vindt plaats met behulp van drie methoden:
- Mechanische filtering. De vaste afvalstoffen als ontlasting,
(draad-)algen, bladeren etcetera dienen verwijderd te worden uit
het filtersysteem alvorens deze het biologische gedeelte bereikt.
Overmatige rottingsprocessen van afvalstoffen hebben een negatief
effect op de bioloog omdat deze processen uitgevoerd wordt door
bacterie-stammen die in grote hoeveelheden niet wenselijk zijn in
een filtersysteem.
- Biologische filtering. Nadat de vaste afvalstoffen zoveel mogelijk
zijn verwijderd is het noodzakelijk om de schadelijke niet-vaste
stoffen als ammonia(k) en nitriet om te zetten naar het onschuldige
nitaat . Naast de bacterie-culturen die hiervoor verantwoordelijk
zijn (zoals filters, leidingen, de vijver zelf) bevatten de
plaatsen waar biologische filtering plaatsvinden nog honderden
andere organismen die gezamelijk verantwoordelijk zijn voor de
natuurlijke reiniging van een vijver-biotoop.
- Chemische
filtering. Oxidatie is een
reactie waarbij middels zuurstof-atomen ongewenste stoffen als het
ware worden verbrand. Soms wordt hiervoor waterstofperoxide (H2O2)
gebruikt, maar de belangrijkste oxidator voor vijvers is
ozon (O3).
Biologische filtering vindt plaats via een mechanisme dat de
stikstofcyclus heet:
Het eindprodukt nitraat is in
principe onschuldig voor de vissen, maar in hoge hoeveelheden kan
ook dit algehele schade toebrengen aan de gezondheid van het
vis-bestand. Hiervoor ververst men dan ook met grote regelmatig een
hoeveelheid water per week. Een algemeen gehanteerd principe is
10-15% per week. Let u op, als het water is verdampt en u vult
water bij dan ververst u dus niets! Dit kunt u vergelijken met het
indampen van een pan erwtensoep op een vuurtje: alleen het water
verdwijnt maar alle afvalstoffen blijven aanwezig. De hoeveelheid
is hetzelfde als u weer water toevoegd! Voor erwtensoep wel lekker,
maar uw vijverbewoners zijn het daar niet mee eens....